
Samantha
Ik wil mijn kind graag helpen, maar niet door alles te verbieden.
Je hoeft niet méér te doen, wel méér inzicht te krijgen.
Herken jij dit ook?
Je doet alles wat je kunt, maar soms lijkt het niet genoeg
Je koopt gezondere producten, kookt verse maaltijden en probeert minder suiker te gebruiken. Misschien heb je zelfs al een dieet, voedingsschema of andere aanpak geprobeerd. Toch blijft het échte resultaat uit.
En dat is zo verwarrend: aan de ene kant voel je je soms de ‘boeman’, de strenge ouder die je kind al het lekkere ontzegt. Aan de andere kant heb je het gevoel dat je misschien nog méér zou moeten doen. Je doet zo hard je best, maar toch vraag je je af: “Doe ik misschien iets verkeerd?” Of “Wat kan ik nog meer doen?”
Je wilt je kind helpen, maar ook gewoon kind laten zijn.
Tijdens sociale momenten als een feestje, een traktatie op school of een ijsje met de vrienden, wil je niet degene zijn die zegt: “Dat mag je niet”, terwijl de rest gewoon lekker meedoet. Je wilt dat je kind kan genieten, gezellig kan zijn en nergens het gevoel krijgt dat het ‘anders’ is.
Tegelijkertijd vraag je je af: doe ik mijn kind tekort als ik het gewoon laat meedoen? Of maak ik het probleem juist groter als ik het te veel beperk?
Je vraagt je af of je er wel iets aan kunt veranderen.
Het buikje van je kind is misschien heel herkenbaar. Bij jezelf, je partner of andere familieleden zie je namelijk hetzelfde patroon. Ergens heb je je erbij neergelegd: “Het zit nu eenmaal in onze familie. We moeten ermee leren leven.”
Maar klopt dat wel? Is dit echt iets waar we niets aan kunnen veranderen? Of zijn er dingen die ik nog niet weet?
Je vraagt je af of je nu, op deze jonge leeftijd, al iets kan doen.
Vandaag lijkt het misschien nog mee te vallen. Maar soms zie je je kind naar zichzelf kijken en vraag je je af hoe dit over een paar jaar zal zijn. Wat als het gewicht of buikje nog verder toeneemt? Wat als je kind hierdoor steeds onzekerder wordt? Wat als je later denkt: “Had ik maar eerder iets gedaan”?
Je wilt niet wachten tot het een groter probleem wordt, maar je wilt ook niet vanuit angst gaan handelen.
Je merkt dat je kind er steeds meer zelf mee bezig is.
Je komt soms thuis met opmerkingen die je liever niet zou horen. Je merkt dat je kind zichzelf begint te vergelijken met andere kinderen. En het is zelfs al eens voorgevallen dat je kind vraagt of het te dik is.
Daar schrik je toch van. Want je wilt je kind helpen met dat buikje, maar je wilt absoluut niet dat het uitgroeit tot een dagelijkse strijd met eten of met zichzelf.
Maar wat gebeurt er als je niets doet?
Misschien lijkt het vandaag nog mee te vallen. Je kind is nog jong en je denkt: “We zien wel hoe het evolueert.”
Maar wat vandaag begint met een buikje waar je kind zich ongemakkelijk bij voelt, neemt stap voor stap meer ruimte in: kleding wordt gekozen om de buik te verbergen. Foto’s worden vermeden. Sporten, zwemmen of andere activiteiten worden minder vanzelfsprekend. Je kind vraagt zich steeds vaker af: “Hoe kijken anderen naar mij?”
Voor je het beseft, bepaalt het buikje niet alleen hoe je kind naar zichzelf kijkt, maar ook wat het durft, welke keuzes het maakt en of het zich nog vrij voelt om gewoon zichzelf te zijn.
Je wordt bang dat anderen je kind niet meer zien om wie het écht is – om zijn of haar talenten, karakter, humor of capaciteiten – en het anders behandelen vanwege het buikje. Dat je kind telkens opnieuw zichzelf moet bewijzen terwijl anderen al een oordeel hebben gevormd.
Wat als je op een dag plots beseft dat niets doen misschien ook een keuze was?
Start jullie eerste missie gratis
VOOR JOU · BRIEFING 00

